
Joël Spier werd geboren op 12 september 1895 in Avereest, Overijssel, als zoon van Levi Spier en Alida Spier. Voor de oorlog was hij werkzaam als koopman en speelde hij een rol binnen de Joodse gemeenschap.
Tijdens de mobilisatie van 1939–1940 diende hij als kapitein in het Nederlandse leger. In deze periode werd hij met een onderdeel van het derde regiment in Enkhuizen gestationeerd. Terwijl de gewone soldaten werden ondergebracht in gevorderde scholen, kon hij als officier met zijn gezin in een woning verblijven. Zo woonde de familie Spier eerst aan de Oude Gracht 67 en later aan het Exterpad 27 in Enkhuizen.
Na de capitulatie in mei 1940 keerde het gezin terug naar het burgerleven en verhuisde naar Arnhem, waar zij aan de Bakenbergseweg 129 gingen wonen. Wat een nieuw begin leek, werd al snel overschaduwd door de maatregelen van de Duitse bezetter.
Omdat zij Joods waren, werden Joël Spier en zijn gezin stap voor stap buitengesloten en uiteindelijk opgepakt. Via kamp Westerbork, het doorgangskamp voor deportaties, werden Joël en zijn vrouw op 17 maart 1943 op transport gesteld naar het vernietigingskamp Sobibor. Daar werden zij bij aankomst op 20 maart 1943 vermoord.
Op het adres Bakenbergseweg 129 in Arnhem herinneren struikelstenen aan het gezin Spier. Zij markeren de plek waar zij voor het laatst in vrijheid leefden – een tastbare herinnering aan een leven dat abrupt werd afgebroken.
De bordjes en verhalen zijn samengesteld door leerlingen van de bovenbouw van de basisschool.
Zij hebben zelf onderzoek gedaan en een verhaal gemaakt.
Deze teksten zijn niet op feiten gecontroleerd of verbeterd, maar geven weer wat er uit het onderzoek van de kinderen is gekomen.