
Jan de Jong werd geboren op 15 februari 1895 te Enkhuizen, als zoon van Pieter de Jong en Dina Angenita Sibilla Monsma.
Jan was winkelier van beroep en trad op 10 oktober 1917 te Enkhuizen in het huwelijk met Trijntje Kopman. Het huwelijk werd ontbonden door echtscheiding op 10 mei 1935. Op 8 juli 1935 trouwde hij voor de tweede maal in Soerakarta met Aletta Wilhelmina Willemse.
In 1920 werd Jan de Jong in Nederlands-Indië benoemd tot aspirant-politie-opziener. Hij diende onder meer in Weltevreden(Batavia), Semarang, Atjeh, Medan, Soerakarta, Midden-Java en Oost-Java.
In 1928 werd hij hoofd-politie-opziener, in1935 inspecteur van politie tweede klasse en in 1939 inspecteur van politie eerste klasse.
Op de stamkaart van Jan staan ziekteverloven vermeld in 1931 (één jaar naar Europa) en 1932 (verlenging met drie maanden).
Jan de Jong overleed op 10 maart 1945 in Ambarawa kamp 7 op Java. Kamp 7 was een Japanse interneringslocatie waar zowel vrouwen, kinderen als (vanaf begin 1945) mannen verbleven. De omstandigheden in Ambarawa waren zwaar: ondervoeding, ziekte en slechte medische verzorging leidden tot overlijdens onder geïnterneerden.
Bronnen:
Nationaal Archief, Ministerie van Koloniën: Stamkaarten Oost-IndischeAmbtenaren, archief 2.10.36.21, inv.nr. 1
Burgerlijke Stand Enkhuizen (huwelijk enechtscheiding)
Oorlogsbronnen / Oorlogsgravenstichting (overlijden)

De bordjes en verhalen zijn samengesteld door leerlingen van de bovenbouw van de basisschool.
Zij hebben zelf onderzoek gedaan en een verhaal gemaakt.
Deze teksten zijn niet op feiten gecontroleerd of verbeterd, maar geven weer wat er uit het onderzoek van de kinderen is gekomen.