Jan Hommes (1879 – 1954)

Jan Hommes was schoolhoofd van de Vrije Protestantse School aan de Raamstraat. Op 28 december 1939 nam ‘meester Hommes’ in ‘De Doele’ aan het Spaans Leger afscheid van het onderwijs wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.

Hij was lid van de kerkenraad (ouderling) van de Gereformeerde kerk in de Klopperstraat en toen de LO (Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers) werd opgericht aarzelde hij niet om zijn medewerking te verlenen. Hij ging met schrijver-journalist Klaas Norel de binnengekomen LO-gelden beheren.


Verraad

‘Meester Hommes’ werd het slachtoffer van verraad en door de Sicherheitsdienst (SD) gearresteerd.


In de kast

Hendrikus Rook en Frederik Teunisse, twee jonge in Schalkhaar opgeleide Duits gezinde wachtmeesters, die gestationeerd waren bij de Enkhuizer politie, en Hendrik Godefrooi, groepsleider van de NSB in Enkhuizen, waren belast met de bewaking van het arbeidsbureau op de hoek van de Westerstraat en de Van Bleijswijkstraat in Enkhuizen.


Op een dag in september 1943 verstopten ze zich daar in een kast die aan de directiekamer grensde en konden zo gesprekken, die in de directiekamer werden gevoerd, woordelijk volgen. Het drietal luisterde ongeveer een uur lang een gesprek af tussen Sietse Dirk Sietses (meestal Sas genoemd), loodgieter en hoofd van het door hem opgerichte bedrijf de Enkhuizer Nachtveiligheidsdienst (END), en de directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau (GAB) Willem van Dijk. Het was toen in Enkhuizen inmiddels al een publiek geheim dat Sas Sietses ‘iets met de illegaliteit’ te maken had en dat Jan Hommes hem vaak bezocht.


Uit het afgeluisterde gesprek werd duidelijk,


  • dat Sietses en Van Dijk steun verleenden aan onderduikers,
  • dat er vermoedelijk een overval op het Arbeidsbureau of het distributiekantoor plaats zou vinden,
  • dat leden van de Luchtbeschermingsdienst op het politiebureau naar de Engelse zender luisterden,
  • dat dominee Boss aan leden van de illegaliteit gelegenheid had gegeven in een lokaal vergaderingen te houden en namen van illegale werkers wist, zoals Lenters, Norel en Stomp.


Rook, Teunisse en Godefrooi brachten verslag uit van hun kast-bevindingen aan de Duits gezinde NSB-burgemeester Mattheus Broere, die op zijn beurt de SD inschakelde. De SD aarzelde geen moment en stuurde meteen de SD-ers Emil Rühl (rechterhand van Willy Lages), Kuiper en een aantal anderen naar Enkhuizen. Rühl (1904) gelastte de burgemeester om Sietses, Hommes, Van Dijk, Lenters, Norel en Stomp op het stadhuis te ontbieden.


Sietses en van Dijk koesterden geen argwaan. Uit hoofde van hun functie hadden ze wel vaker contact met de burgemeester. Hommes had wel bedenkingen, maar werd door de dienstdoende politieman, die ook niet beter wist, gerustgesteld. Na fouillering bleek hij 500 gulden bij zich te hebben die hij niet kon verantwoorden…. Norel was niet thuis. Lenters en Stomp konden tijdig worden gewaarschuwd.


Van Dijk, Sietses en Hommes werden verhoord door de SD en vervolgens door de ‘Schalkhaar-agenten’ Rook en Teunisse geboeid in een taxi overgebracht naar het hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst aan de Euterpestraat in Amsterdam. De drie arrestanten werden gedurende vijf dagen door de SD ondervraagd en daarbij mishandeld.


Korte tijd later werden als gevolg van dit verraad nog negen Enkhuizers opgepakt en naar het SD-hoofdkwartier overgebracht. Het waren dominee Arend Jan Boss, Dirk Eliza Wierenga, Hendrik Kruizinga, Nico Werkman, Garmt Molenhuis, Tom Kranenburg, Jacob de Jong, Jacob Klein en Willem de Boer.


In de processen die volgden vielen de volgende vonnissen:


De Boer (1914), De Jong (1916) en Klein (1910) werden na een paar weken voorarrest vrijgelaten. Dominee Boss (1896) werd na acht weken uit voorarrest ontslagen.


Jan Hommes is zes maanden in het concentratiekamp Vught (Konzentrationslager Herzogenbusch) geïnterneerd geweest.


Molenhuis (1914), Kruizinga (1920), Werkman en Sietses (1910) hebben tot het eind van de oorlog in diverse concentratiekampen in Nederland en Duitsland doorgebracht. Van Dijk (1912) is acht maanden van zijn vrijheid beroofd geweest.


Tom Kranenburg (1918) en Wierenga (1922) werden ter dood veroordeeld en op 20 mei 1944 op de Waalsdorper Vlakte gefusilleerd.


Burgemeester Broere (1899) kreeg tien jaar cel, maar werd vervroegd vrijgelaten. Godefrooi (1889) werd tot tweeëneenhalf jaar veroordeeld en in oktober 1947 ontslagen. Ook Rook (1915) kreeg tien jaar opgelegd en ook hij werd eerder vrijgelaten. Wachtmeester Teunisse is tijdens de oorlog door de Duitsers gefusilleerd omdat hij Wehrmachtsgoederen had gestolen.

Deel pagina met vrienden